Rode Kruis woedend over doden hulpverleners in Gaza
Gepubliceerd op 01/04/2025 00:00 in Buitenland
Het Rode Kruis heeft met verontwaardiging gereageerd op de dood van vijftien hulpverleners in de stad Rafah in Zuid-Gaza. De lichamen van acht ambulancemedewerkers van de Palestijnse Rode Halve Maan, zes medewerkers van de burgerbescherming en een lid van de VN-organisatie UNRWA werden gevonden in een massagraf. Volgens de VN zijn ze gedood door Israëlische troepen.
De hulpverleners waren sinds 23 maart vermist, toen het Israëlische leger een evacuatiebevel uitvaardigde voor Tel al-Sultan in Rafah vanwege vermeende aanwezigheid van Hamas-militanten. Een team van negen medewerkers van de Palestijnse Rode Halve Maan werd onder vuur genomen door Israëlische militairen tijdens een reddingsmissie, terwijl andere teams die te hulp schoten ook werden beschoten.
Het hoofd van de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halve Maanverenigingen, Jagan Chapagain, veroordeelde de aanval en benadrukte dat de hulpverleners er waren om levens te redden. Het hoofd van de VN-mensenrechtenorganisatie OCHA, Jonathan Whitehall, beschreef hoe de medewerkers een voor een werden gedood en in een massagraf werden begraven.
Philippe Lazzarini, hoofd van de VN-hulporganisatie UNRWA, noemde de daad een ernstige schending van de menselijke waardigheid. Hij benadrukte dat het doden of in gevaar brengen van hulpverleners een schending is van het internationaal recht.
Het Israëlische leger beweerde dat ze het vuur openden omdat de voertuigen van de hulpverleners verdacht gedrag vertoonden. Er zijn echter geen aanwijzingen gevonden dat de gedode medewerkers een bedreiging vormden. De hulpverleners zijn vandaag begraven en hun dood wordt beschouwd als de dodelijkste aanval op Rode Kruis-hulpverleners sinds 2017.
Volgens het internationaal humanitair oorlogsrecht moeten hulpverleners veilig kunnen werken in crisisgebieden. Het Rode Kruis benadrukt dat hun embleem staat voor 'niet schieten' en geldt als herkenningsteken in conflictgebieden.